Pagina's

zondag 20 maart 2011

Ontwikkelingssamenwerking in het Zuiden: zin of onzin?


Al rondneuzend op internet kwam ik toevallig op het bericht dat er op 24 februari 2011 in de gemeente Essen door de jeugddienst en dienst Internationale Samenwerking een avond werd georganiseerd rond dit thema. Nog toevalliger (of niet?) ben ik al lang aan het broeden op een artikel over dezelfde vraag in iets ruimere zin dan: ‘Ontwikkelingswerk, of ontwikkelingssamenwerking, voor zover die vlag de lading tenminste dekt, zin, onzin of waanzin’? Met die vraag word ik haast dagelijks geconfronteerd. En weer eens een toeval dat zoon Steven in Essen op het gemeentehuis werkt en ons het een en ander vroegen over vrijwilligerswerk en ontwikkelingshulp, dus... schrijven maar.

Wettelijk bestaat ECASSEF sinds 2003, al twee jaar eerder begonnen we met deze organisatie. We waren vol goede ideeën, dachten we toen althans, vol energie en vol goede moed. We stichtten ECASSEF omdat er ons zoveel mensen hier hulp vroegen op allerlei vlak. Door onze kennis van allerlei zaken, die we meebrachten van uit onze brede opleiding in het Westen, of in deze context beter gezegd in het Noorden, wisten we op de meeste vragen een antwoord te formuleren. We ondervonden zeer vlug dat individuele hulp tot niets leidde, namen onze verantwoordelijkheid op en begonnen een stichting. Waar we het geld vandaan zouden halen om te werken, wisten we toen nog helemaal niet, maar beetje bij beetje slaagden we er in om mensen uit onze vriendekring en familie warm te maken om hun steentje bij te dragen en zo kregen we de eerste fondsen bijeen.

ECASSEF is een letterwoord en staat voor: Ecuadorian Cultural, Anthropological, Social, Scientific and Educational Foundation. De naam en de werking zien we zeer ruim omdat elk probleem gekoppeld is aan een ander. Zo kunnen we werken op gebied van cultuur, antropologie, wetenschappelijk en sociaal werk en onderwijs.

ECASSEF werkt enkel en alleen vanuit de vragen van de doelgroepen, steeds de eigenheid, de cultuur en de gewoonten van de mensen respecterend. Wij schuwen paternalisme.

Onze projectwerking bestaat uit ‘samen groeien’, samen een proces doorlopen. We zien dit meer en meer als integrale processen waarin het educatieve, sociale en productieve met elkaar verweven zijn.

We ondervonden dat als je maar één facet van een probleem aanpakt, het project op zich wel kan slagen; maar hierdoor niets verandert aan de levenssituatie van de bevolking. Als je bijvoorbeeld een eetzaal bouwt op een school, betekent dit niet dat deze ook als dusdanig gebruikt wordt, dat ze dagelijks onderhouden wordt, dat ze hersteld wordt als er iets stuk is of dat de kinderen gezond eten op school.

Een eetzaal bouwen, een computer schenken, voor allerlei infrastructuur en/of materiaal zorgen zijn slechts onderdelen van een groter geheel.

Ondertussen zijn we ongeveer 10 jaar bezig en stelden we ons zeer vaak de vraag of het zin heeft wat we doen.

De resultaten zijn vaak niet meetbaar. De vragen waarmee we onszelf steeds confronteren zijn o.a. ‘Wie zijn wij, die aan de andere kant van de wereld geboren zijn, om deze wereld proberen te veranderen? Willen de mensen hier werkelijk verandering, weten ze welke weg ze daarvoor moeten afleggen en willen ze die weg wel afleggen? Waar heeft armoede werkelijk mee te maken? Met een geestelijke armoede? Met politieke onderdrukking? (houdt ze arm, dan hebben wij meer macht)? Als we er in slagen om materieel iets te realiseren, vb voor de infrastructuur zorgen van een project, dan zou je kunnen zeggen dat we hierin slaagden; maar als er daarna met die infrastructuur niets gebeurt, ... wat dan? Als wij begrippen als duurzame ontwikkeling nastreven, maar de vragende partij is zich daar helemaal niet van bewust en wil andere zaken, ... hoe moeten we hier op reageren?’

De werkelijkheid leerde ons dat er geen kant-en-klare antwoorden bestaan en dat de problematiek veel ingewikkelder is dan we konden inschatten. Misschien verduidelijke volgende voorbeelden dit.

De vrije markt in het dorp Gualsaqui waarvan de bedoeling is dat de producent zijn waren rechtstreeks aan de consument kan verkopen tegen een eerlijke prijs, funcionneerde zo lang dat iemand van ECASSEF, in dt geval ikzelf dus, het hoofd was van het comité. Van zodra ik die taak doorgaf aan iemand anders, ging het achteruit met de markt, tot die doodbloedde. Er zijn wel commentaren in het dorp van mensen die willen dat de markt terug opgestart wordt, maar niemand wil er de verantwoordelijkheid van opnemen. Zin of onzin van dit project?

De schoolmoestuin in Gualsaqui kwam er op vraag van de school en wordt uitgewerkt door ECASSEF samen met de plaatselijke basisschool. Zelf sta ik elke woensdag met de kinderen van de zevende klas op het veld. In kleine groepjes zaaien we, onderhouden we de groentenbedjes en oogsten we. Klinkt mooi, maar ik ben er zeker van dat als ECASSEF zich terugtrekt met vrijwilligers en stagiairs, het initiatief stilvalt. De school wil het project graag gebruiken als uithangbord: ‘zie eens hoe vooruitstrevend we zijn!’, maar wil niet zelf het project in handen nemen.Met mijn vraag in september 2010 om de ouders meer te betrekken bij het project, sta ik nog altijd in de kou. Het is de bedoeling dat er thuis gezonder gegeten wordt, dat de ouders zien dat met wat goede wil en met weinig investering ze zelf in staat zijn om dit te doen door een kleine moestuin aan te leggen en te onderhouden. De cijfers over ondervoeding in het gezondheidscentrum van het dorp, zijn echter schrijnend. Zin of onzin van de schoolmoestuin?

De associatie Rushitamo hebben we jarenlang begeleid in een proces naar zelfstandigheid, zodat de leden aan plattelands toerisme kunnen doen, vanuit hun dorpsgemeenschap. We probeerden hen het begrip eerlijke handel bij te brengen in de verkoop van hun artesanale producten, maar we zien dat hun verkoopprijzen hen geen minimuminkomen verzekert . De groep richt zich eerder naar goedkoop verkopen op allerlei binnenlandse markten, dan dat ze de kwaliteit van hun producten verbetert en probeert een rol te spelen op de internationale markt. Zin of onzin?

Ecuador is een land vol contrasten, met hoogten en laagten zoals we ons nooit konden indenken. We doen wat we kunnen, maar op zijn minst doen we er wat aan, het blijft niet bij praten alleen en daar gaat het om. Heeft het zin wat we doen? Is het allemaal onzin? Of zijn we bezig met waanzin? Je zegt het maar, ....

Hasta Luego, of Kaya kama, zoals de Kichwas zeggen.

Ria Stragier- Delaere

Geen opmerkingen:

Een reactie posten