Reeds lang vraag ik me af hoe het toch komt dat wie koffie produceert in Ecuador, daar niet kan van leven, niettegenstaande koffie een relatief duur landbouwprocuct is op de internationale markt.
Beetje bij beetje kom ik er achter hoe de vork aan de steel zit in bij de koffieproducenten in de zone van Intag, gelegen in het noordwesten van de provincie Imbaburra. Om inzicht in de situatie te krijgen, heb je wat achtergrondsinformatie nodig. Intag is een zone die tussen het Andesgebergte en de Ecuadoriaanse kust ligt. De regio begint in het nevelwoud en spreidt zich verder uit naar lager gelegen subtropische gebieden. Intag maakt deel van het reservaat Cotacachi-Cayapas, dat 205.000 ha beslaat. De bodem van het gebergte is er zeer rijk aan mineralen en ertsen. Er is onder andere een grote voorraad kopererts ontdekt en daar komen grote multinationals op af.
Zo kwam het Canadees bedrijf Ascendant Copper, dat opgericht werd in 2005, in Ecuador met de bedoeling om het koper in Intag te ontginnen. Om bij de bevolking van de zone op een goed blaadje te komen, organiseerde het bedrijf een aantal activiteiten die kaderen in ‘sociale ontwikkeling’.
In december 2006 vond een ernstige confrontatie plaats tussen voor- en tegenstanders van de mijn en werden 56 werklui gedurende een week gegijzeld in een kerk.
In de loop van 2007 probeerde Ascendant Copper van het ministerie van milieu de toestemming te krijgen om te mijnen. Hiervoor echter was een studie nodig over het impact van de kopermijn op het milieu. Tegenstanders uit de zone verhinderden de studie. Eind september werd de mijn stilgelegd door het gemeentebestuur van Cotacachi.
In de regio bestaan er twee associaties van koffieproducenten: AACRI (associatie van artesanale koffieproducenten aan de Intag rivier)en APCI (associatie van koffieproducenten in Intag) . De eerste is de grootste en wordt gesteund door het gemeentebestuur van Cotacachi en door het provinciaal bestuur van Imbabura. AACRI koopt koffie op en verkoopt die door. Het bestuur bepaalt de prijs van de opgekochte koffie en hanteert verschillende prijslijsten: aan haar leden betaalt ze de hoogste prijs, aan andere producenten betaalt ze minimum 30% minder. De leden moeten dezelfde politieke gezindheid hebben, wie hiermee niet akkoord gaat, wordt als lid uitgesloten. Dit heeft als gevolg dat verschillende producenten AACRI verlaten hebben en sindsdien geen markt meer hebben voor hun koffie.
Ascendant Copper speelde in op deze verdeeldheid tussen de koffieboeren en onder de mom van ‘hulp aan sociale ontwikkeling in de zone’, hielp het bedrijf om de individuele koffieproducenten te vereningen onder een nieuwe associatie genaamd APCI. Ascendant Copper was de grote weldoener voor deze boeren, want het bedrijf nam een advocaat in de arm om de statuten op te stellen, zodat APCI hierin niets moest investeren. Dat deze statuten een hoop tegenstrijdigheden bevatten en alle macht toeschreven aan een uitvoerend directeur, terwijl de andere bestuursleden niets te zeggen hadden, daar viel niemand over, want de ongeschoolde koffieboer verstond geen ‘statutentaal’ en niemand gaf er uitleg over. Het was heel eenvoudig om een groot aantal leden bij elkaar te krijgen, want Ascendant Copper nam de kosten op zich van transport, zodat over een groot gebied de uitnodigingen konden versrpreid worden, en de leden niet alleen gratis vervoer kregen om naar de vergaderingen te komen, maar er ook van een gratis maaltijd konden genieten.
Daarenboven had APCI geen eigen kapitaal nodig om koffie te kopen van haar leden. Daar zorgde Ascendant Copper ook voor. Dus kon APCI onbeperkt koffie kopen aan een vaste prijs. Ook kreeg de associatie een loon uitbetaald voor iemand die de administratie op zich nam.
Maar heel dit scenario viel uit elkaar toen Ascendant Copper de mijn verliet. Van de ene dag op de andere vielen alle voordelen voor APCI weg: geen vergoedingen meer voor administratie, transport, maaltijden en nog erger: geen geld meer om koffie te kopen. De multinational had de koffieboeren volledig van haar afhankelijk gemaakt. AACRI maakte gretig gebruik van deze situatie en boycotte hun concurrent APCI waar het enigzins mogelijk was, zodat er zelfs geen koper meer was voor de koffie.
APCI zat met de handen in het haar en probeerde zelf een weg te vinden door contact te nemen met Fapecafés in Loja. Daar konden ze hun koffie verkopen, maar met hoge transportkosten, want Loja ligt helemaal in het zuiden van het land terwijl Intag in het noorden ligt, en tegen veel lagere prijzen, want de kwaliteit van de koffie was zogezegd niet goed genoeg. Met privékapitaal van enkele leden werd nu de koffie gekocht, de winst van de verkoop ging dan ook naar hen en APCI zelf bleef in de kou staan.
Ondertussen zochten de bestuursleden een nieuwe koper en vonden die in Quito bij café Galetti. Hier kregen ze een betere prijs voor de koffie dan in Loja. De eigenares van café Galetti zond een hoeveelheid koffie naar een wedstrijd en APCI viel hiermee in de prijzen en kreeg een koffiepelmachine cadeau. Dit zet je aan het denken als je dit resultaat vergelijkt met wat men in Loja gezegd had over de kwaliteit van de koffie.
Twee jaar nadat Ascendant Copper vertrok is APCI zeer verzwakt. De leden beseffen nu hoe afhankelijk ze waren, hoe hun statuten en hun inwendig reglement zich tegen hen keren, hoe weinig ze kunnen doen zonder hulp van buitenaf. Verschillende boeren verkopen hun koffie weer aan AACRI, aan een lage prijs, maar voor hen is alles beter dan ermee te blijven zitten. ECASSEF probeert de overgebleven leden te helpen bij de hervorming van de statuten en het inwendig reglement, door cursussen te organiseren zowel in administratieve thema’s als in kwalitatief verbeteren van de koffieproductie, door fondsen te zoeken om koffie op te kopen, door contacten te leggen met kopers en een eerlijke prijs te bedingen, dit alles met hulp van de provincie Oost-Vlaanderen, waar ECASSEF projectsteun vroeg en kreeg voor de koffieboeren in de streek van Intag.
Er is echter nog een lange weg te gaan en externe hulp zal nog enkele jaren nodig zijn vooraleer APCI op eigen benen kan staan. De afhankelijkheid waarin ze eerder verkeerden, mag in geen enkel geval terugkeren, dat beseffen de leden maar al te goed!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten